Handen uit de mouwen
De afgelopen weken hebben we allemaal onze handen uit de mouwen gestoken. Twee dagen per week hebben we meegeholpen als vrijwilligers bij projecten. De meeste projecten waren van Presbyterian Support, een van de grootste aanbieders van sociale voorzieningen, die valt onder de Presbyterian Church of Aoterao New Zealand (PCANZ). Presbyterian Support biedt ondersteuning aan 'hoogrisico' gezinnen met jonge kinderen, ze hebben sociaal werkers in scholen en project Family Works is vergelijkbaar met Bureau Jeugdzorg in Nederland. Daarnaast zijn er ook veel projecten voor ouderen onder de noemer 'Enliven'. Deze projecten zijn erop gericht om ouderen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen. Wij hebben meegedraaid in deze projecten.
Taitiana, Deepak, Petra en Rosana hebben deelgenomen aan Project Co-op. Zij zijn bij ouderen thuis geweest en hebben daar allerlei klusjes gedaan, varierend van ramen zemen tot tuinieren. Ik ben een keer met deze groep meegeweest; toen hebben we de ramen gezeemd bij Riet en Jan. Zij zijn in 1951 in de grote emigratiegolf geemigreerd naar Nieuw Zeeland en hebben hier jarenlang een amandelboomgaard gehad. Hun hele leven is inmiddels in Nieuw Zeeland. Ze spreken nog wel Nederlands, maar ik kon merken dat Engels toch eigenlijk de voorkeur had. Leuk om zo iets voor deze mensen te kunnen betekenen.Yin-Ting en Abhishek zijn twee dagen naar de voedselbank geweest om pakketten samen te stellen, ze zijn twee dagen naar een dagopvang voor mensen met Alzheimer geweest en een aantal dagen naar een andere dagopvang.
Dagopvang
Samen met Thangboi ben ik een aantal dagen naar een dagopvang voor ouderen geweest. Deze ouderen hebben allemaal om verschillende redenen een indicatie voor deze opvang. Een aantal mensen heeft Alzheimer in verschillende stadia, een aantal anderen hebben een hersenbloeding gehad en weer een aantal anderen komt vooral voor socialisitie. De opvang is er om de druk van de familie, de mantelzorgers, af te nemen, zodat die ook nog kunnen werken of andere dingen doen. Dagelijks komen er 15-25 mensen. Onze rol lag aan de sociale kant: een praatje maken, ze helpen met het maken van een puzzel, een spelletje doen, helpen bij teken- en schilderactiviteiten en het serveren van thee, koffie en lunch.
.
Ik heb het naar m'n zin gehad hier. Ik heb hier goed kunnen zien hoe ieder mens uniek is. Ik zal me veel van deze mensen om verschillende redenen herinneren en ik heb bewondering voor het werk dat de staf doet voor deze mensen. Zo is er Max. Op het eerste gezicht mankeert hij niets, maar als. je met hem spreekt, merk je dat hij Alzheimer heeft. Iedere keer stel ik me opnieuw aan deze uiterst vriendelijke man voor en soms vraagt hij me na de lunch dan of ik daar werk. Hoewel ik niet goed ben in het maken van kruiswoordpuzzels in het Engels, was dit een leuke activiteit om samen te doen. Of neem Millie. Zij zit de hele dag in de stoel, mompelt af en toe wat voor haar uit en moet gevoerd worden. Maar als je de tijd neemt om bij haar te zitten en haar hand vast te houden, dan heeft ze soms een helder moment. Zo vroeg ze mij plotseling of ze naar de hemel ging. Ik was met stomheid geslagen, verrast. Ik weet niet of ze mijn antwoord gehoord heeft, maar voor mij was het een bijzonder moment. Zo zijn er heel veel clienten, allemaal met hun eigen verhaal en hun eigen manieren van doen.
De opvang heeft mij ook veel gegeven om over na te denken. De mentale en/of fysieke gezondheid van sommige clienten wens ik niemand toe, zo zou ik zeker niet willen eindigen. Dat heeft mij aan het denken gezet over alle ontwikkelingen in de gezondheidszorg, alle technologieen waar nu gebruik van wordt gemaakt. We worden steeds ouder, mede dankzij deze technologieen. Maar wat betekent dit voor de kwaliteit van leven en wanneer heb je nog een goed, waardig leven? Zou het soms niet beter zijn om de natuur haar gang te laten gaan en geen gebruik te maken van bepaalde gezondsheidszorg? Maar hoe bepaal je dat dan? Want ik zie tegelijkertijd ook dat de clienten allemaal nog liefhebbende familie hebben, die hun ouder, opa of oma of echtgenoot zo lang mogelijk bij zich willen houden uit liefde. En denkend aan mijn eigen familie, hen zou ik ook zo lang mogelijk bij me willen hebben, ik kan mijn leven niet voorstellen zonder hen. Het zijn geen gemakkelijke vragen, het geeft veel stof tot nadenken. Ik denk nog een poosje rustig na.
Breakfast Club
Een aantal ochtenden hebben we ook geholpen bij de Breakfast Club. Deze club is drie jaar geleden door Steve Farrely opgezet om basisschoolkinderen van ontbijt te voorzien, die thuis geen ontbijt krijgen. De school staat in een van de armste buurten van Auckland en is een 'decile 1' school. In Nieuw Zeeland hebben alle scholen een decile notering, die een weergave is van de socio-economische staat van de wijk. Decile 1 scholen staan in de armste buurten, decile 10 in de rijkste. Hoe hoger het decile nummer, hoe minder geld de school krijgt van de regering. Op het eerste gezicht lijkt het een eerlijk systeem, alleen: hoe hoger het decile nummer, hoe meer geld de ouders hebben en hoe meer zij dus kunnen bijdragen aan de school. Daarom hebben kinderen op de laagste decile scholen minder kansen dan op hoge en deze kinderen worden vaak als dommer bestempeld. Ontsnappen is er niet bij, omdat de kinderen naar een school in hun eigen wijk moeten.
Drie jaar geleden vroeg Steve deze school wat ze nodig had en daarmee is de Breakfast Club begonnen. Dagelijks komen er 40-50 kinderen ontbijten, op de hele school zitten zo'n 350 kinderen. Voor deze kinderen worden ook sociaal werkers aan de families toegewezen, omdat het uiteindelijke doel is dat de ouders zelf voor het ontbijt en andere maaltijden kunnen zorgen. De sociaal werkers proberen dus de oorzaak van de armoede te achterhalen en daar iets aan te doen.
De club is voor de school een groot succes gebleken. De leerprestaties van de kinderen zijn enorm verbeterd en het aantal absenties is spectaculair gedaald. De kinderen krijgen meer en betere kansen en hopelijk een betere toekomst. (Op de startpagina staat een link naar een artikel over de Breakfast Club, Engelstalig.)
Ons hele team heeft het hier goed naar de zin gehad. Praktisch was er weinig te doen, behalve een gigantische afwas, maar praten en spelen met de kinderen was leuk. Ze waren iedere keer enthousiast om ons te zien en een morgen hebben ze ons op de traditionele Maori-wijze verwelkomd. Het succes van deze club toont voor mij aan hoe belangrijk een ontbijt is.
Foto's:
1. Bordje met het Enliven logo.
2. Abhishek in de voedselbank.
3, 4,5. De dagopvang waar ik geweest ben.
6. Kinderen aan het ontbijt in de Breakfast Club.